Doe mij maar een Messi!

Als je een Nederlander vraagt wat een glas water hem waard is, zal hij een ander antwoord geven dan een uitgedroogde woestijnbewoner die al 2 weken bijna niets gedronken heeft. Voor een piloot is de waarde van een parachute vele malen groter dan voor een diepzeeduiker.  Een dagje vrij heeft een hele andere waarde wanneer je 70 uur per week werkt dan als je werkloos bent (en neem van mij aan dat dat zo is, I’ve been there!)

De waarde van iets is niet vast te stellen per se. Waarde hangt af van de situatie, een context, waarde verschilt per persoon, per nationaliteit en hangt sterk af van timing. Op het ene moment is iets heel waardevol, op een ander moment weer helemaal niet: (een hotelkamer in Londen kostte rondom de Olympische spelen een veelvoud van wat ‘ ie nu kost als je naar Engeland reist).

‘Allemaal basics’ zult u zeggen, ‘dat was onderdeel van de economieles op de middelbare school’.  Klopt, ook ik weet het nog precies; mijn docent economie op Atlantic College in Wales, Andrew Maclehose, wist het prachtig uit te leggen. Vraag en aanbod, prijselasticiteit en ‘ostentation goods’: in theorie het was zo klaar als een klontje!

In mijn alledaagse werkelijkheid is waardebepaling echter een heel lastig thema en lang niet zo leuk en interessant als in de les bij Andrew. Klanten laten zich lastig verleiden tot discussies over vraag en aanbod, maar wapperen simpelweg met het tarief van “de concurrent”. Daar moet je het dan maar voor doen. De amateurfilosoof in mij (of de betweter zo u wilt) legt zich daarbij niet zomaar neer, zo simpel kan het toch niet zijn?

Daarbij zit ik gevangen in een pricing-model dat door anderen bedacht is en terwijl ik met heel veel plezier mijn werk doe en blije klanten heb, bekruipt mij soms ook het gevoel dat ik teveel in rekening breng, soms veel te weinig en soms ook betaald wordt voor de verkeerde dingen. En dat zit mij niet lekker.

De prijs van groei…

Deze week had ik een afspraak bij een klant: een mooie organisatie die graag haar positie verder wil uitbouwen. Hoewel het een prachtig bedrijf is dat landelijk bekend staat als een top-werkgever, lijkt het aantrekken van talent voor deze vestiging een lastige opgave en de enige rem op de groei lijkt dan ook de groei in medewerkers te zijn.  Mijn opdrachtgever, laten we hem Erik noemen, zit er mee in zijn maag. Hij ligt onder vuur; zijn divisie-directeur snapt niet wat er nu zo moeilijk aan is, maar wat hij ook probeert, de juiste senior accountmanager is, ook na 5 maanden Intermediair.nl en Monsterboard.nl nog niet gevonden.

In ons gesprek vroeg ik Erik wat hem de oplossing van zijn probleem waard was. Hij keek mij glazig aan en zei “Wat vraag je ervoor?”.  Nu werd het leuk: “Nou, ik zou heel graag betaald worden voor de waarde die mijn oplossing voor jou heeft.  En dat kan voor jou heel anders zijn dan voor andere klanten waar ik dezelfde werkzaamheden voor uitvoer.” Ik herhaalde mijn vraag: “Dus, welke prijs ben jij bereid te betalen voor de oplossing van je vraag?”

Mijn klant begon te rekenen: “Uuuuhh, deze accountmanager moet de komende jaren een winstbijdrage gaan realiseren van ongeveer €1 miljoen. Hij kost mij ongeveer 120.000 per jaar, inclusief de ‘kosten-koper’, dus tsja…… Wat hij mij kost en opbrengt daar kom ik nog wel uit. Maar wat ik jou nu moet betalen?”

Dat de investering in goede mensen voor hem lonend zou zijn, daar was ie dus al achter. Maar als die nu lastig te vinden zijn, wat voor waarde voegt een headhunter dan toe die na 4-5 maanden van mislukte pogingen wél iemand losweekt en aan tafel zet?

Ik legde Erik uit hoe het normaalgesproken werkt: ooit is in ons vak iemand op het idee gekomen om voor de bemiddeling van talent om een percentage van het bruto jaarinkomen als vergoeding voor de bemiddeling te vragen. Afhankelijk van het segment en de marktomstandigheden varieert het tarief; voor mega-topfuncties worden tarieven gehanteerd van 35-40%, een tijdelijke medewerker achter de receptie wordt voor tarieven van rond de 12% gevonden.

De vraag dient zich aan waarom dit zo werkt? Er zit wel enige logica in: als je Lionel Messi naar binnen weet te praten bij Chelsea wil Abramovich (de eigenaar van Arsenal voor de niet-voetbalfans) daar vast héél veel geld voor betalen. Zeker als niemand anders het voor elkaar krijgt en jij al voetbalmakelaar wél, dan voeg je heel veel waarde toe. Dat mag dan ook wat kosten lijkt mij.

messi

Erik vond het een prachtig voorbeeld, hij wil ook heel graag een Messi. Maar dan die jonge vitale salestijger van de concurrent uit de regio, mét een netwerk, een laag salaris en 45 jaar werkervaring en zitvlees.

“….en wat is je dat waard Erik??” vroeg ik weer.

Advertenties

1 reactie

#wadoedegijvoordekosttegeswoordigs??

Je kent dat wel: je komt een oude bekende tegen die je al jaren niet meer gezien hebt en vanzelf komt de beroemde vraag “wat doe jij voor de kost tegenwoordig?” Automatisch roep ik dan “Ik ben headhunter”. Macht der gewoonte, misschien gemakzucht of mogelijk bij gebrek aan beter. Maar bij tijd en wijle kijken mensen mij nogal verdwaasd aan als ik mijzelf zo noem, al helemaal als ze mij al wat beter kennen. Ook vandaag weer sprak ik een bevriende adviseur en vertelde haar waar ik mij zoal mee bezig hou en de vraag kwam weer op tafel;  “Waarom noem je jezelf headhunter?”

Natuurlijk heb ik zelf ook een opvatting over dat begrip: ik (en velen met mij weet ik!) associeer de functietitel direct met overbetaalde, spijkerharde mannetjesputters die over lijken gaan om een topfunctie in de Raad van Bestuur van Ahold ingevuld te krijgen. Golf-spelende, Stan Huygens-journaal types in een te mooi pak, met een te strakke coupe en erg hard glimmende schoenen, uiteraard rijdend in een Range Rover of vergelijkbare PC-Hooft-trekker. Vaak op een schimmige, wat geheimzinnige manier opererend tegen veel te hoge kosten, vergaderend in het Amstelhotel. Hmpf, daar wil ik eigenlijk niet mee geassocieerd worden en dat is ook niet mijn “scene”. Tegelijkertijd is mijn belangrijkste zoekmethode ‘direct-search’ en ‘netwerk-search’ en dat is bijna de definitie van headhunting. Maar het blijft een beroerde naam.

Geen headhunter dus.

Maar wat dan wel? Het gangbare begrip ‘adviseur werving en selectie’ (of zo je wilt ‘recruitment consultant’  precies hetzelfde, maar ja da’s Engels en dus swingt het meer) vind ik ook te mager: die naam roept ogenblikkelijk het beeld op van senior intercedentes bij grote uitzendorganisaties of gelikte dertigers bij middenmarkt-bureaus als YER, Michael Page, Mercuri Urval of Yacht. En daar wil ik mij nou net van onderscheiden, want ik doe het echt anders en bovendien bedien ik het segment nét daarboven.

“Jij was toch van de verbindingen? Die nieuwe, innovatie energie moet losmaken bij je klant? Tsja. Dat is waar.

“En dat is veel een ruimere activiteit; groter en van een ander aggregatieniveau. Jij wil toch precies die klussen die anderen te lastig vinden? Waar je echt creatief moet zoeken en originele combinaties moet maken? Voor standaardklussen huur ik jou niet in hoor! Maar als het lastig wordt…..ja, dan wel! Daarbij kan ik met jou over veel meer praten dan alleen over die functie alleen? Bovendien, waar komt je ervaring als CEO van een familiebedrijf dan tot zijn recht?, Hoe druk je dat dan uit?”

Met ondersteuning van Ingrid Tappin wiens “Rockstars Only” programma ik op dit moment volg, ben ik de zoektocht naar de ware aard van mijn werk aan het voorzetten. Daarbij ontwikkelen wij samen een business-concept waarin mijn passie en mijn professionele bestaansrecht veel beter uit de verf komen. We zijn er nog niet, maar stap voor stap komen wij verder en het gaat om verbinden. Mijn hart gaat sneller kloppen van nieuwe, innovatieve verbindingen. En of dat nu gaat over de juiste persoon voor een functie, een financier voor een prachtig nieuw product, een goede adviseur voor een onzekere ondernemer, dat maakt voor mij eigenlijk niet zoveel uit. Van al die verbindingen krijg ik enorm veel energie. Zo gauw ik in contact kom met mensen in mijn werk ontstaat er een beeld van de thema’s waarmee ze worstelen, de vragen waar ze mee rondlopen of de dromen die ze willen verwezenlijken. En al snel komen mijn kop, mijn brein, mijn hart en mijn buik met lijntjes. Koppelingen, verbindingen en aanknopingspunten dienen zich vanzelf aan.

Daarbij gaat het over meer dan over de verstandelijke aansluiting; het gaat ook verbindingen van hart tot hart. Heart-searcher dan misschien?

Ben ik dan misschien een dromenvanger? Iemand die dromen samenbrengt en het anderen mogelijk maakt om die dromen uit te laten komen? Gaat het om meer dan alleen verstandelijke processen op elkaar afstemmen? Dat dan weer wel, maar ja, dromenvanger of dromenverbinder klinkt wel heel erg zweefteverig. In elke wierook-hippie-Arafatsjawl-meditatiekussentjeswinkel kan je tegenwoordig ook dromenvangers kopen. Voor boven je bed. Yeah right. Die valt af dus.

De suggestie “Matchmaker” viel ook vorige week toen ik er met iemand uit mijn netwerk over sprak. Die klopt precies, maar roept bij mij direct het beeld op van een huwelijksmakelaar…. Maar hij is wel mooi. Business matchmaker? Zoiets?

Ik ben er nog niet uit en mijn zoektocht duurt voort. Voorlopig roep ik nog maar even headhunter. Of heb jij een voorstel?

3 reacties

Donna Summer had gelijk: enough is enough!

Toen onze accountant deze week de concept-IB-aangifte over 2010 mailde was ik blij verrast. Blijkbaar had ik teveel Inkomstenbelasting betaald en daardoor krijg ik een paar duizend euri terug. YES! Terwijl ik een gat in de lucht sprong, sloeg mijn fantasie gelijk op hol. Immers, op deze teruggaaf had ik niet gerekend en ineens leken er allerlei materiële zaken mogelijk waar ik al jaren van droomde. Nu kon ik eindelijk die……..uhm…. tsja… nou ja, in elk geval iets duurs kopen! Dagen lang heb ik lopen fanataseren maar ik kon het niet bedenken.

Ik heb namelijk alles al wat ik nodig heb.

Begrijp mij niet verkeerd, ik hou erg van mooie dingen, mooie kleren, vakanties, ben horlogegek, autoliefhebber en muziekverslaafde, dus een Omega James Bond Horloge, een Volvo XC90 of een nieuw basversterker waren in mijn fantasie al aangeschaft. Maar op de één of andere manier was de vreugde van de gefantaseerde aanschaf al heel snel aan slijtage onderhevig. Een extra basgitaar of nog een audio-installatie leken erg aantrekkelijk, maar onder ons gezegd en gezwegen; ik ben eigenlijk dik tevreden met wat ik heb.

In een samenleving waar alles gaat om ‘groei’ en ‘meer’ is dat vast een weinig gangbare constatering, maar ik kan er niets anders van maken. Natuurlijk, ik heb makkelijk praten: we zijn tweeverdieners met een prima inkomen en hoeven niet zo veel te laten. We zijn gezond, wonen in een heerlijk huis en hebben het geluk dat wij een vangnet hebben als ons iets overkomt. Lekker lullen dus. Maar dat is nu net het punt: met ons hebben nog velen in op deze wereld het bijzonder goed.

Helaas zijn er mensen zijn voor wie het er allemaal veel beroerder uitziet. Mensen die chronisch ziek zijn, of door allerhande soorten van ellende aan de zelfkant van het bestaan zijn beland. Mensen die honger lijden en geen dak boven hun hoofd hebben omdat ze de pech hadden in Mali geboren te worden en niet in Heerhugowaard. Mensen die geen geld hebben om adequate medische zorg te kunnen betalen. Er is veel narigheid en armoe in Nederland, maar veel meer nog in de wereld om ons heen. Met die mensen in het achterhoofd schaam ik mij bij tijd en wijlen voor mijn eigen verlangen naar méér en duurdere spullen en verwonder ik mij over de schaamteloosheid waarmee sommige superrijken hun welvaart tentoon spreiden.

In de Nederlandse politiek werd het begrip een boterham met tevredenheid geïntroduceerd door minister-president Wim Kok, hij bedoelde er soberheid in overheidsfinanciën mee. Ook in onze huishoudfinanciën is dat begrip een jaar of 4 geleden geïntroduceerd, al hebben we er die naam niet letterlijk aan gegeven. Ons megalomane huis met enorme tuin, waar we met liefde 11 jaar hebben gewoond, hebben we verkocht. Een heleboel overtollige spullen hebben we op rommelmarkten verkocht of aan de Stichting Hand geschonken. Grote opruiming dus. Tijd voor “living light”. Of, om met Wim Kok te spreken, tijd voor een boterham met tevredenheid. Wij wilden ons leven “downsizen”, het was te groot, teveel, het paste niet meer.

Toen ik deze week hoorde dat een topman bij een grote IT-organisatie in de US weggestuurd werd nadat de koers van het aandeel met zo’n 70% gedaald was maar toch een “oprotpremie” van $ 30 miljoen meekreeg werd het mij even te veel. Wat moet iemand überhaupt met $30 miljoen? Als dat al de oprotpremie is, was zijn reguliere beloning vast ook niet mager. Wat gaat zo iemand dan met al dat geld doen? Een 4e vakantiehuis? Een exorbitant jacht in Monaco? Is dat nou echt nodig? Misschien schenkt ‘ie het allemaal aan de weesjes in Congo, maar op de één of andere manier lijkt mij dat niet waarschijnlijk.

Komend uit een rechts-liberaal ondernemersnest vond ik altijd dat ondernemerschap en lef zeer ruim beloond mochten worden, en daar sta ik nog steeds voor. De mensen die hun nek uitsteken om de wereld vooruit te helpen, arbeidsplaatsen te creeëren en welvaart te verhogen mogen van mij daar flink geld mee verdienen en wat mij betreft ook meer dan degenen die in loondienst werken; immers zij lopen ook de risico’s. Als je niet leunt op anderen, maar zelf waarde genereert en je eigen broek ophoudt, dan mag daar wat tegenover staan.

En natuurlijk mag een ieder mag weten wat ‘ie met zijn geld en zijn spullen doet.

Toch? Tsja. Daar loop ik even vast.

Immers, als we het op de aardkloot moeten doen met beperkte hoeveelheden grondstoffen en middelen, als we constateren dat sommige essentiële basics (op wereldschaal) schaars zijn, moeten we ons dan niet afvragen of het wenselijk is dat degenen met het meeste geld meer aanspraak kunnen maken op die schaarse middelen? Waarom heeft een zeer vermogend iemand het recht om in zijn Range Rover extreem veel schaarse brandstof te verbranden? Waarom heeft iemand het recht om eten te verspillen en slordig met spullen om te gaan omdat ie rijk is? Ook al is dat geld verdiend met hard werken en veel risico nemen? Is er geen bovengrens aan wat een mens nodig heeft? Aan de hoeveelheid luxe die je jezelf kan toekennen, hoe heerlijk die luxe ook is?  Is het anno 2011 nog OK om als directeur van een onderwijsinstelling idiote salariseisen te stellen? Kan je als grote onderneming slecht presterende leidinggevenden naar huis sturen met een (veel te) grote zak geld?

Communist zal ik niet worden, maar zo onderhand vraag ik mij wel ernstig af of wij niet wat vaker gewoon domweg genoegen kunnen nemen met genoeg. Met alle moois wat we al hebben. Of we blij kunnen zijn met dat wij gezond zijn en niets tekort komen. En stoppen met jagen op meer, meer en nog eens meer om vervolgens schaarse grondstoffen te verkwisten terwijl anderen geen drinkwater of scholing hebben.

Ik pleit niet voor een enorme verschraling en verzuring; ook ik geniet van lekker eten, van een warm bad en van mooie kleren. Van een fijn ruim huis en een mooie comfortabele auto. We hoeven wat mij betreft niet de hele zaak plat te nivelleren, verschillen zijn prima. Mijn basgitaar gaat er echt niet uit, ook al is de stroom die het ding verbruikt vast ook zinniger in te zetten. Als het heel hard regent, ga ik toch echt met de auto en niet op de fiets.

Wel pleit ik voor bezinning op hoe we omgaan met schaarse middelen en vind ik dat de extreme verrijking die hier en daar aan het licht komt ronduit beschamend.

Dat moest ik even kwijt! En, onder het motto “verbeter de wereld en begin bij jezelf” ga ik een goed belegde boterham eten, met Donna Summer op de Ipod. En dat is meer dan genoeg!

2 reacties

Wat de heren Zalm en Moerland kunnen leren van dansleraar Vieberink uut Zutphen!

Mobiliteitsprobleem? 1,2,3 Wissel!

Ofwel: wat onze banken kunnen leren van Dansschool Vieberink uut Zutphen

Een jaar of 20 geleden vonden mij lief en ik dat het tijd was om fatsoenlijk te leren stijldansen. Op de middelbare school hadden we (of liever ik) dat overgeslagen. Ik stond bij personeelsfeestjes van ons familiebedrijf dan ook steevast met mijn lompe poten op de maatje 36 pumps van mijn eega. Aangezien we nog in het tijdperk leefden dat je niet op alle feestjes kon bumpen of discodansen (laat staan streetdancen of hiphopper, hetgeen ik natuurlijk wel beheers hahaha), meldden wij ons bij dansschool Vieberink in onze wereldstad Zutphen. Samen met onze beste vrienden (die hetzelfde probleem hadden) gingen wij elke vrijdag braaf naar de mega-hippe (NOT) ballroom, jawel mét discobal! Het was precies zoals je het je voorstelt: het echtpaar Vieberink dat ons de fijne kneepjes van de Foxtrot leerde, riep steeds na een pasje of changé te hebben voorgedaan “Laten we het maar eens proberen!!….”.  (Die is blijven hangen; we roepen dit in ons gezin nog steeds als we voor de zoveelste keer weer eens nieuwe regels met onze kids hebben afgesproken) Waarna wij weer over elkaars voeten struikelden en ons alvast verheugden op de bitterballen en het bier na afloop. Het absolute hoogtepunt van de avond was echter wanneer meneer Vieberink midden in een nummer met luide stem 1,2,3 WISSEL riep. Het teken om het dansje met een partner van iemand anders voort te zetten.  Altijd spannend: je had immers geen idee met welke motorische ramp je nu weer geconfronteerd zou gaan worden, nog even afgezien van het assortiment van Douglas dat zich wekelijk ongewenst aan je opdrong.

De beelden van dansschool Vieberink drongen zich deze week ongewild aan mij op toen ik bij Hoevelaken weer eens in de file stond. Ik moest denken aan de profetische woorden van Vierberink en had een ingeving. Als sinds de start van mijn loopbaan verbaas ik mij over de afstanden die mensen bereid zijn te overbruggen om naar hun werk te gaan. “Wat goed is, moet van ver komen” hoor ik je dan zeggen. Dat mag dan soms misschien ook wel zo zijn, maar velen van ons klagen over files en reistijden en de kosten van alle verkeer en weguitbreidingen zijn fenomenaal. En dan hebben wij het nog niet gehad over de vele hectoliters maagzuur en het aantal hartklachten bij de verschillende file-forensen.

Volgens mij kan het veel simpeler. In mijn werk als headhunter valt het mij al jaren op dat de mate waarin veel van de functies bij verschillende organisaties, bijna 1 op 1 uitwisselbaar zijn. Een ‘accountmanager groot zakelijk’ (we noemen hem Henk) van ABN die vanuit Enschede naar Apeldoorn rijdt om daar te gaan werken, is (als je het even van een afstandje bekijkt) toch redelijk uitwisselbaar met de ‘accountmanager bedrijven en instellingen’ van ING (we noemen hem Gerard) die van Apeldoorn naar Enschede rijdt. En zo kan ik nog heel veel verschillende uitwisselbare rollen bedenken, in de bankensector, maar ook daarbuiten.

Ik wil in dit artikel pleiten voor een landelijk en grootschalig project waarmee we de arbeidsmarkt, ons milieu én de volksgezondeheid een stevige impuls geven, dames en heren, ik stel u voor aan 1,2,3, WISSEL!

Het werkt als volgt: een aantal grote werkgevers uit de sector gaat met elkaar om tafel en inventariseert functies en degenen die ze invullen. Als dat maar op grote schaal gebeurt kan het niet anders dan er vele mogelijkheden ontstaan voor een wissel zoals in het voorbeeld van Henk en Gerard.

In het geval van Henk en Gerard zou de winst er als volgt uit zien:

  •  2 auto’s minder in de spits, dus minder uitstoot, minder kosten
  •  2 gezinnen waar vader niet alleen meer het vlees kan aansnijden, maar ook het ontbijt kan opruimen
  •  2 mannen met minder werkbelasting, die scherper en creatiever en dus prodructiever zijn
  •  2 mannen die werken in hun eigen woonomgeving met alle commerciële voordelen van dien
  •  2 werkgevers die bijdragen aan een beter milieu
  •  2 mannen met tijd voor vrijwilligerswerk (mooi als je MVO hoog op je agenda hebt staan
  •  2 gezinnen met kinderen die later niet al te veel psychotherapie nodig hebben omdat ze een aanwezige vader hadden
  •  2 echtgenotes die nu ook een baan kunnen zoeken omdat de zorg voor de kids beter te verdelen valt en vader bij rampen (tanden door lip, plotselinge griepjes, zieke juffen) ook door zijn nabijheid inzetbaar is.
  •  2 werkgevers met vers bloed in de tent
  •  het totaal aantal autokilometers dat gereden wordt daalt met alle bijkomende voordelen van dien (uitstoot, gebruik van schaarse middelen, lagere kosten per medewerker v.w.b. mobiliteit, minder ongelukken)
  • 2 werknemers krijgen een gezondere work-life balance met alle positieve effecten van dien (minder verzuim, minder stress, minder loze tijd)

Vergroot dit effect nu eens uit naar een veelvoud van deze 2 mannen en tel uit je winst!

Ik zeg 1,2,3, WISSEL! Als dit geen win-win-win is dan weet ik het ook niet meer!

Veel van mijn klanten in de bancaire sector mopperen over het gebrek aan mobiliteit binnen de sector; mensen blijven zitten waar ze zitten, komen niet in beweging en daarmee is verandering en vernieuwing knap lastig. Lijkt mij dus een mooie sector voor een Pilot voor mijn project.  Dus dames en heren Bankiers, ik ben er klaar voor. U ook? Om met Vieberink te spreken:

“Laten we het maar eens proberen!”

Een reactie plaatsen

Beter goed gejat……wie speelt de bas in uw bedrijf?

Gisteravond was het weer een groot feest in Zutphen! Op maar liefst 4 podia speelden bands en er waren veel mensen op de been. Ik hou heel erg van muziek en heb mij er volledig op gestort en had een heerlijke avond. Maar wat altijd het allerleukste is, is dat het publiek van alles en nog wat vindt van de optredende bands, en ik vind het heerlijk om als vlieg op de muur te horen wat er dan zo allemaal gezegd wordt. Wat opvalt is dat de gesprekken bijna altijd gaan over de zanger(es) of de leadgitarist.  Logisch ook, want die staan vooraan op het podium, in de spotlights; zichtbaar, duidelijk hoorbaar en in veel gevallen bepalend voor het succes van een band. Althans zo lijkt het .

Zelf speel ik als beginnend maar gepassioneerd amateur basgitaar bij tijd en wijle ook in een bandje. En ik zelf vind het eigenlijk erg lekker dat ik niet voor aan sta op het podium. Laat mij samen met de drummer maar op de achtergrond zorgen voor een stabiele basis voor de zanger en de gitarist, daar voel ik mij uitstekend bij. Ik hoef niet zo nodig in het middelpunt van de aandacht te staan. Ook weet ik uit ervaring dat voor lekkere muziek de bas en de drums essentieel zijn. “De rode draad in deze nummers…” roept Trijntje Oosterhuis over haar bassist op een live-opname die ik van haar heb….en zij heeft er verstand van.

Zonder bas en drums dus geen lekkere muziek, maar gisteravond had niemand het daar over. Om die reden klapte ik gisteren extra hard voor de bassist van de Achterhoekse band Moonyard en glimlachte hem begripvol toe. Ik geloof niet dat hij het in de gaten had. Naar huis lopend wilde ik daar een blog aan wijden: ik vind de vergelijking met organisaties al snel gemaakt. Ook daar staan er mensen achter op het podium die de tent draaiende houden, terwijl de mensen in de schijnwerpers de credits krijgen.

Was ik toch potverdorie te laat: nog geen 10 minuten geleden, alsof de duvel er mee speelde, kreeg ik net mijn dagelijkse portie Seth Godin op de email. Godin is bekend marketeer-schrijver die prachtige mini-blogjes per email toezend als je je inschrijft. En verdomd, vandaag ging zijn mini-blogje over de Stones en ging als volgt (en waar drums staat, had ik het over de bas willen hebben). Ik had het niet mooier kunnen opschrijven:

“I’m your singer…”

Keith Richards tells a great story about Charlie Watts, legendary drummer for the Stones.

After a night of drinking, Mick saw Charlie asleep and yelled, “Is that my drummer? Why don’t you get your arse down here?”

Richards continues, “Charlie got dressed in a Savile Row suit, tie, shoes, shaved, came down, grabbed him and went boom! Don’t ever call me “your drummer” again. You’re my … singer.”

No drums, no Stones.

Who’s playing the drums in your shop?

(Bijna alle) credits gaan naar Seth Godin die je kunt volgen op:  http://sethgodin.typepad.com/
Maar ook een beetje naar de bassist van Moonyard : http://www.moonyard.nl
 

2 reacties

En, wat wilt u hier verdienen??

“Als je nou deze week even je loonstrook even opstuurt, dan doen wij je een arbeidsvoorwaarden-voorstel” zei mijn klant bijna terloops tegen de kandidaat die ik voor hem gevonden had.  Ik wist even niet wat ik hoorde en was bang dat de kandidaat direct de stekker eruit zou trekken. Maar nee hoor, tot mijn grote verbazing beloofde de kandidaat het gevraagde strookje nog dezelfde dag toe te sturen. “Geen probleem hoor!”

In de afgelopen jaren maakte ik het regelmatig mee dat mijn opdrachtgever op deze manier een startpunt wilde vinden voor een passend voorstel. En elke keer weer verbaasde het mij weer. (Die paar keer dat ik zelf als kandidaat over een voorwaarden moest onderhandelen, kwam het niet bij mij op om op voorhand zoveel informatie prijs te geven. Daarbij is er méér dan salaris alleen, dus “kom maar op met dat voorstel…” dacht ik!)

Bijna alle werkgevers hebben anno 2011 hun beloningsbeleid zodanig op orde dat het helder is wat een functie mag “kosten”. Deze informatie is, als het proces correct verlopen is, al in een vroeg stadium aan kandidaat gecommuniceerd. In de werkprocedures van mijn bureau is in elk geval geborgd dat deze informatie altijd uitgewisseld wordt. Niets is zo vervelend als een procedure die afknapt op slechte communicatie over arbeidsvoorwaarden in de startfase.

Als je dan eindelijk die ene kandidaat gevonden hebt, waar je al maanden naar zoekt, dan heb je na een aantal gesprekken toch ook al wel een beeld van wat een kandidaat voor waarde heeft voor jouw team?  Hoewel het vragen om een loonstrook een prima ijkpunt oplevert (je zit in elk geval niet te laag), leek het mij altijd sterker om een voorstel te doen waarbij je uitgaat van de waarde van een kandidaat voor de functie in jouw organisatie en in jouw team. Immers dezelfde persoon kan in jouw team wel eens veel meer (of mogelijk wel veel minder) waard zijn dan in zijn huidige context…

Waardebegrip blijft lastig!

Als je een Nederlander vraagt wat een glas water hem waard is, zal hij een ander antwoord geven dan een uitgedroogde woestijnbewoner. Voor een piloot is de waarde van een parachute vele malen groter dan voor een diepzeeduiker.  Een dagje vrij heeft een hele andere waarde wanneer je 70 uur per week werkt dan als je werkloos bent (en neem van mij aan dat dat zo is, I’ve been there!)

De waarde van iets is niet vast te stellen per se, ook niet die van een functie! Waarde hangt af van de situatie, een context, waarde verschilt per persoon, per nationaliteit en hangt sterk af van timing. Op het ene moment is iets heel waardevol, op een ander moment weer helemaal niet (een hotelkamer in Vancouver kostte rondom de Olympische spelen een veelvoud van wat ‘ ie nu kost als je naar Canada reist).   

‘Allemaal basics’ zult u zeggen, ‘dat was onderdeel van de economieles op de middelbare school’.  Klopt, ook ik weet het nog precies; mijn docent economie op Atlantic College in Wales, Andrew Maclehose, wist het prachtig uit te leggen. Vraag en aanbod, prijselasticiteit en ‘ostentation goods’, het was zo klaar als een klontje!

In de alledaagse werkelijkheid is waardebepaling blijkbaar een veel lastiger thema en lang niet zo leuk en interessant als in de les bij Andrew, zeker ook als het beloning gaat. Natuurlijk, de weging van een functie is vast zeer zorgvuldig tot stand gekomen, en jouw organisatie vast heeft nagedacht over wat voor beloner zij wil zijn. (Voor de Hay-kenners: het gaat dus om de keuze of je op de mediaan of bijvoorbeeld op het derde kwartiel wilt zitten ten opzichte van je concullega’s) De afweging op individueel niveau is echter primair de verantwoordelijkheid van jou als leidinggevende.

En de kandidaat dan?

De kandidaat in dit proces kan er natuurlijk voor kiezen om geen loonstrookje aan te leveren, niets moet op dat punt!. Tegelijkertijd is de realiteit van de arbeidsmarkt gelukkig tot velen doorgedrongen: de bomen groeien niet meer tot in de hemel. Hoewel platforms als Intermediair en Management Team nog altijd jubelverhalen schrijven over “onderhandelen voor je nieuwe baan” en stellig roepen dat een overstap hét moment is om een fikse stapt vooruit te gaan, heb ik inkomenssprongen van meer dan 10% maar zelden meegemaakt. En dat snappen kandidaten anno nu ook.

Vanuit dat perspectief is het idee van dat loonstrookje zo gek nog niet misschien? Je zou er bovendien vanuit mogen gaan dat wanneer partijen met elkaar een samenwerking aan willen gaan, ze beide erop vertrouwen dat de ander bij wil dragen aan een kloppende balans tussen geven en nemen. Transparantie over en weer over arbeidsvoorwaarden en het bespreken van de waarde van een functie in een team is vanuit die optiek een goed startpunt voor het vinden van een dergelijke balans. Met of zonder loonstrookje…..

 

Een reactie plaatsen

Take a parachute and jump

De band ‘Something Happens’ had heel lang geleden een hit met het nummer “Parachute”. Volgens mij was deze band een heuse ééndagsvlieg, maar wel met een briljant nummer; en dat nummer was onlangs ergens onder een documentaire geplakt. Ik herkende het direct, maar geen idee natuurlijk wie het zong of hoe het heette. Op mijn Ipad had ik net SoundHound geïnstalleerd; een app waarmee je, als je je Ipad voor de speaker houdt, binnen enkele tellen alle informatie over het betreffende nummer op je schermpje krijgt. En verdomd, ook mijn vrienden van Something Happens waren ergens in de virtuele catacomben van SoundHound verstopt, want het nummer werd herkend. Wat natuurlijk helemaal geweldig is, is dat er een link is naar de Itunes-store waar je het nummer gelijk kunt aanschaffen. Voor maar 99 cent wilde ik deze 4 minuten jeugdsentiment niet laten lopen. Dus nu luister ik naar Parachute!

“If the wind won’t catch you, I will, I will.  If the wind’s not there, I’m here.” 

Als ondernemer heb ik soms ook het gevoel dat ik uit een vliegtuig spring. Zonder parachute.

Veel ingevingen, plannen en nieuwe initiatieven ontspruiten zich aan mijn brein. Helemaal als ik met andere creatieve geesten om tafel zit vonkt en vlamt het alle kanten op. Allerlei losse opvattingen en waarnemingen stapelen zich dan op, de wereld moet helemaal anders en wij zullen dat wel eens even gaan regelen…… Eenmaal weer thuis ligt daar die stapel lopende opdracht en de administratie; de alledaagse dingen die ervoor zorgen dat er brood op de plank komt. En al die woeste plannen blijven zweven en als ik niet oppas vervliegen ze binnen no-time. 

Daarin schuilt ook mijn grootste uitdaging;  als intelligent mens met soms wat (zeer licht) autistische eigenschappen hou ik erg van structuur en overzichtelijkheid. En precies dat is mijn werk wel. Opdrachten zijn redelijk afgebakend, lopen volgens een bekend aantal stappen die ik goed beheers en waar ik lol in heb en volgens mijn klanten goed in ben. En al die nieuwe plannen en losse flodders zijn nog niet gestructureerd, onsamenhangend en daarmee dus erg gemakkelijk terzijde te schuiven. “Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt”.

En toch lonkt er nu iets prachtigs aan de overkant. Nieuwe perspectieven, nieuwe vormen van samenwerken, nieuwe vormen van dienstverlening die aanhaken bij de maatschappelijke ontwikkelingen en die een beroep doen op al mijn talenten. Ontwikkelingen die in de arbeidsmarkt enorme repercussies zullen gaan hebben en waar ik dolgraag mijn tanden in zou willen zetten. Omdat ik alle antwoorden nog niet gelijk kan ophoesten is mijn reflex om net te doen of ze er niet zijn. Het voelt alleen maar eng om te constateren dat de wereld waarin je werkt en waarin je een vak uitoefent waar je van houdt, zo aan het veranderen is. Volgens mij benauwt het veel mensen dat de ontwikkelingen om ons heen bijna niet meer te volgen zijn. En volgens mij zijn er veel mensen die wel eens zouden willen onderzoeken hoe hun wereld er over een tijdje gaat uitzien en zijn er velen net als ik ook benauwd om uit de bestaande kaders en structuren te stappen. En dus blijven ze zitten waar ze zitten en verroeren zij zich niet.

Maar voor mij is er geen ontkomen meer aan en ik ga er aan staan.Met klotsende oksels en bonkend hart sta ik voor de open deur van het vliegtuig.

Springen, zonder parachute.

Dat vraag om de lef om te kunnen verduren dat dit zoekproces tijd nodig heeft en dat je in eerste instantie vooral meer vragen oproept dan dat je antwoorden vindt Zoals ik al zei heb ik daar een schijthekel aan (excusez le mot). Ik heb nog steeds de illusie dat ik (bijna) alle antwoorden op (bijna) alle vragen kan vinden als ik maar hard genoeg mijn best doe. En dat de wereld niet zal veranderen als ik maar net doe alsof ik het niet zie. Een illusie dus.

De onzekerheid die daarbij hoort vind ik afschuwelijk, maar na een fikse burn-out en een forse dosis lichaamswerk, Ayurvedische Meditatie en Zijnswerk heb ik leren omarmen dat er zoiets is als de fase van het  “niet weten” en dat je niet zou moeten kunnen omarmen. Terwijl ik het opschrijf gruwel ik het weer van, maar ik omarm het wel…. nou ja, ik ben aan het oefenen.

Wat het oplevert is dat ik een nieuwsgieriger mens ben geworden. Als het in orde  is om niet alles gelijk te weten, dan ontstaat er ook ruimte om verder te onderzoeken en met meer geduld dan voorheen lossen puzzelstukjes te verzamelen, erop vertrouwend dat uiteindelijk het plaatje wel ontstaat.

De afgelopen weken werd ik erg beslag genomen door een aantal mooie lopende zoekopdrachten die met veel plezier en aandacht heb uitgevoerd. Nu we richting de vakantie koersen en de procedures bijna afgerond zijn, voel ik dat ik weer even prettig heb kunnen ‘schuilen’ in mijn vertrouwde werk met bekende stappen, vertrouwde problemen en overzichtelijke vragen.  Maar nu ik weer in gesprek kom zonder dat het gelijk over de lopende opdrachten gaat en met inspirerende mensen contact heb, wordt het weer glashelder: ik moet echt aan de bak. Echt aan de slag met de grotere thema’s die mij boeien en waar ik op voorhand geen idee van heb waar die toe zullen leiden. En erop vertrouwen dat het wel goed komt met die onzekerheden en dat ik niet te pletter val, vind ik doodeng. Wat als al deze prangende vragen niet samenkomen in een briljant concept of een winstgevende dienst of product en er geen blinkend voorland blijkt te zijn?

Als ik Something Happens mag geloven, moet ik maar vertrouwen hebben.

“If the wind won’t catch you, I will, I will. If the wind’s not there, I ‘m here.” 

En voor de rest hebben we Sound Hound!

Een reactie plaatsen